“Het speelkwartier is een uitgelezen moment waarop kinderen kunnen ervaren hoe fijn samen spelen is, voor zichzelf en de ander. Dat vraagt wel om actieve en stoere keuzes van de school.”

“In het onderwijs is steeds meer aandacht voor diversiteit”, constateert Ilse van der Put van Empowerment by Playing. “Kinderen krijgen mee dat iedereen anders is en daardoor ook iedereen gelijk. De school leent zich daar ook voor: kinderen komen uit verschillende gezinnen en verschillen in leervermogen en sociale vaardigheden. Met het passend onderwijs is de diversiteit aan kinderen met een beperking – in welke vorm dan ook – nog groter geworden. Daarmee is de school meer en meer dé plek waar kinderen kunnen leren omgaan met al die verschillen.”

Inclusief onderwijs
Opmerkelijk genoeg blijft het schoolplein daarbij nog vaak buiten beeld. Ilse van der Put: “In gesprekken met scholen merken we dat de meeste scholen het schoolplein nog niet echt zien als verlengstuk van het onderwijs, laat staan als instrument voor inclusief onderwijs. Terwijl schoolpleinen daarin zoveel te bieden hebben. Juist tijdens het speelkwartier kunnen kinderen – in een relatief vrije situatie – oefenen om samen te spelen met al die verschillende kinderen. Idealiter kan het speelkwartier zo integraal onderdeel worden van inclusief onderwijs, in plaats van een verplicht intermezzo voor het ‘echte’ leren in de klas.”

Keuzes
Dat vraagt wel om actieve en stoere keuzes van de school. Bijvoorbeeld bij de inrichting van het schoolplein. “Een eenzijdige inrichting kan ervoor zorgen dat sommige kinderen makkelijk buitengesloten worden”, is de ervaring van Van der Put. “Andersom draagt een schoolplein dat speelmogelijkheden biedt aan al die verschillende kinderen er juist positief aan bij dat alle kinderen kunnen meedoen en samen kunnen spelen. Hiervoor moet je niet alleen naar specifieke speeltoestellen kijken, maar het plein in zijn geheel beschouwen.”

Een leuker schoolplein
Dat is wat Mariska Thieme-Schrever van Bureau RIS doet. Zij heeft al tientallen schoolpleinen onder handen genomen en grijze tegelvlaktes omgetoverd tot uitnodigende speelplekken. “De vraag van scholen is vaak: ‘We willen een leuker schoolplein’. Ze hebben ergens iets gezien en willen dat ook. De lijst met wensen is niet altijd even realistisch: ‘Graag met veel groen, maar ook onderhoudsarm. Liever geen bomen, want hoe moet dat dan met het blad? En over vier maanden klaar.’ Wij trekken er dus tijd voor uit om met het team te praten. Wat past bij deze school en deze leerkrachten? Wat kan men aan? Hoeveel tijd en aandacht is er voor onderhoud? We brengen dan ook inclusie ter sprake: houden jullie wel rekening met…? Ook daarover hebben nog maar weinig scholen een helder idee, het is nog steeds niet vanzelfsprekend. Als men eraan denkt, dan vaak beperkt: ‘Misschien een nestschommel?’”

Zones
Thieme: “Bij de inrichting van een schoolplein is ons doel dat elk kind zich er prettig voelt, op adem kan komen en er kan spelen. Wat een kind daarvoor nodig heeft verschilt. Het ene kind moet z’n energie kwijt, de ander wil even uit z’n hoofd en met de handen in het zand, een derde wil weg uit de drukte van een vol klaslokaal. Wij maken dus verschillende zones: een plek voor balspel, verschillende routes die uitnodigen om te bewegen en op pad te gaan. Maar ook een rustige plek waar je geen bal om je oren krijgt of van de sokken wordt gereden. Het beplantingsplan is een belangrijk onderdeel van het schoolpleinontwerp. Op een groen schoolplein valt immers zoveel meer te beleven en prikkel je alle zintuigen met kleuren, geuren, natuurlijke materialen en allerlei insecten en vogels. Dat is voor iedereen een enorme verrijking, ook voor de kinderen met een beperking.”

Vlonder
Vorig jaar maakte Mariska Thieme een ontwerp voor de twee schoolpleinen van basisschool De Spits in Utrecht. “Daar had men wel direct aandacht voor inclusie: de school heeft verschillende leerlingen met een leer- en/of gedragsbeperking en leerlingen met een motorische beperking. Een van de leerlingen maakt gebruik van een rolstoel. Op de schoolpleinen lagen alleen maar tegels, er was geen beplanting, alleen een paar kastanjebomen. Vanuit de schooldeur overzag je het plein in één oogopslag. Er was geen enkele uitdaging voor de leerlingen om op onderzoek te gaan.”

Voor de onderbouw ontwierp Bureau RIS een speeleiland met hoogteverschillen waar je omheen, overheen en doorheen kunt. “Kinderen gaan dat ook direct doen. We hebben speelelementen met zand en water toegevoegd. In de zandspeelplek ligt een vlonder en ook de watergoot en de pomp zijn bereikbaar in een rolstoel. Samen spelen zit in het ontwerp: je hebt elkaar nodig. Als je met het water wil spelen moet er ook iemand zijn die wil pompen.”

Speelrolstoel
“Op het plein voor de bovenbouw hebben we een groenzone aangelegd met paden, vlonders, uitkijkpunten en veel routes. De paden zijn voldoende stevig zodat je met de rolstoel overal kunt komen. De kinderen kunnen er ook met een speelrolstoel – de Wheely – rondrijden. Dat is gewoon leuk en ondertussen kunnen ze ervaren hoe het is om in een rolstoel te zitten, wat je er allemaal mee kunt doen en hoe anders de wereld eruit ziet als je zittend op pad bent.”

Ook de leerkrachten kregen praktijkles. Thieme: “Met Ilse van der Put heb ik een workshop gegeven over samenspelen: wat is dat, hoe kun je dat stimuleren, hoe begeleid je kinderen? Ook hebben we de leerkrachten laten ervaren hoe het is om niets te zien of in een rolstoel te zitten. Dat werkte als een trein.”



De 50-70-100-regel

Het SamenSpeelNetwerk heeft uitgebreide richtlijnen opgesteld voor de inrichting van samenspeelplekken – en dus ook voor schoolpleinen. Uitgangspunt is de 100-70-50-regel: ieder kind is 100% welkom; 70% van de speelaanleidingen is bereikbaar voor iedereen en 50% van de speelaanleidingen stimuleert ontmoeting en samen spelen voor ieder kind.

Inspiratie
In het boekje Samen spelen op Eindhovense schoolpleinen kun je meer lezen over het schoolplein als instrument voor stoer en inclusief onderwijs. Met veel voorbeelden hoe je van een gewoon schoolplein een samenspeelplein kunt maken.

Dit artikel verscheen eerder in BuitenSpelen 2023-3. Tekst: Marian Schouten