voor spelen, participatie, zelfstandige mobiliteit
en een gezonde ontwikkeling

Speelforum 2 – november 2016

Home » Speelforum » Speelforum 2: ‘De kracht van bewegen, verbeelding en taal’

De kracht van bewegen, verbeelding en taal

Marian Schouten (Ruimte voor de Jeugd) schreef onderstaand artikel over het Speelforum ‘De kracht van bewegen, verbeelding en taal’. Het is eerder verschenen in het tijdschrift Buitenspelen.

Het zijn indrukwekkende foto’s: kinderen glijden gierend van het lachen van het dak van een ingestort huis. Kinderen spetteren rond in een volgelopen bomkrater. Kinderen spelen voedselkaravaantje met autootjes die ze hebben gemaakt van de blikken waarin het voedsel eerder werd aangevoerd. Een kind speelt ziekenhuisje, met twee touwtjes in de oren als stethoscoop. Orthopedagoog en speltherapeut Pim van der Pol laat de beelden zien tijdens zijn bijdrage aan het Speelforum op 15 november jl. Van der Pol is er elke keer weer van onder de indruk: ‘In vrijwel elke situatie ontdekken kinderen, via hun spel, een nieuw perspectief. Het tekent hun veerkracht.’

Speeltaal
Van der Pol vindt het dan ook onbegrijpelijk dat spel in onze samenleving zo wordt ondergewaardeerd en er een tegenstelling wordt gesuggereerd tussen verbeeldend spel en cognitieve ontwikkeling. ‘Eén van de kenmerken van fantasiespel is immers dat het een mentale handeling is. Dat wil zeggen dat de spelhandeling begint ‘in de geest’, in het brein. Spel en cognitie horen dus bij elkaar: een spelend kind is óók tegelijk een denkend kind. Maar spel is niet alleen mentaal. Het uit zich in een handeling, beweging, vaak begeleid door taal. In verbeeldend spel is dat goed zichtbaar: een kind heeft iets meegemaakt of gezien, of denkt aan iets wat gaat gebeuren en gaat daarover spelen. Vanuit een behoefte om met de werkelijkheid om te kunnen gaan. Bijzonder is dat een kind wéét dat het speelt. Het gebruikt speeltaal, vaak in de verleden tijd om aan te geven dat het zich afspeelt buiten de dagelijkse werkelijkheid: ‘Jij was de dokter’. En het kent spelmateriaal meerdere betekenissen toe. Een voedselblik wordt een auto, een touwtje wordt een stethoscoop. Juist door die wetenschap ‘dat het spel is’, creëert een kind een veilige afstand, wat het mogelijk maakt om ervaringen te verwerken.

Realiteit en fantasie
Als het goed gaat, weet een kind dus feilloos het verschil tussen realiteit en speelfantasie. Maar juist op dat punt maakt Van der Pol zich zorgen: ‘Speelmateriaal is vaak zo realistisch, dat zelf betekenis geven steeds lastiger wordt. En met augmented reality wordt de wereld van de fantasie over de reële wereld gelegd. Speelwereld en echte wereld lopen onzichtbaar in elkaar over. En dan kunnen er rampen gebeuren: tieners die gewelddadige computerspellen in het echt ‘naspelen’, fantasieën die in de echte wereld worden uitgeleefd.’ Andersom gebeurt ook: er zijn kinderen die alleen de realiteit zien en zich geen raad weten met ‘doen alsof’. In beide gevallen ontbreken de flexibiliteit en veerkracht die zo belangrijk zijn om creatief om te gaan met de grilligheden van het leven.

Rijke taal
In de stap van concreet naar symbolisch denken is taal belangrijk. Orthopedagoge en speltherapeute Margareth van Kleef ziet een sterk verband: ‘In hun spel gebruiken en leren kinderen taal; in een rijke speelomgeving wordt ook die taal rijker. In verbeeldend spel leert een kind zich inleven in verschillende rollen en leert het bijbehorende taalgebruik. Als je de dokter speelt, praat je anders dan als je de patiënt bent. Met een grotere taalbeheersing wordt de wereld groter en in die grotere wereld kan het taalvermogen weer verder groeien. Een kind dat zich goed leert uitdrukken, leert verwoorden wat het leuk en lastig vindt, wat het voelt en wat het wil. Het leert voelen wie het zelf is en ontwikkelt daarmee zelfvertrouwen en veerkracht.’

Opmerkelijk is daarbij, dat kinderen in hun verbeeldende spel meer taal gebruiken en leren wanneer ze met leeftijdgenoten spelen dan wanneer ze met volwassenen spelen. Een nieuw argument om kinderen veel ruimte te geven voor vrij spel.

Elkaar aanspreken
‘Spelen is een kernwaarde in het leven van kinderen’, is de stelling waarmee Ton Liefaard namens de Universiteit Leiden het Speelforum opende. Hij is Unicef-hoogleraar Kinderrechten en vurig pleitbezorger van het recht op spelen. ‘Het Kinderrechtenverdrag erkent het belang van spelen voor de ontwikkeling van kinderen en biedt een gezamenlijk referentiekader waarop wij elkaar en de overheid kunnen aanspreken.’