voor spelen, participatie, zelfstandige mobiliteit
en een gezonde ontwikkeling

Speelforum 3 – mei 2017

Home » Speelforum » Speelforum 3: ‘Genderaspecten in het spel van kinderen’

Genderaspecten in het spel van kinderen

Marian Schouten (Ruimte voor de Jeugd) schreef onderstaand artikel over het Speelforum ‘Genderaspecten in het spel van kinderen’. Het is eerder verschenen in het tijdschrift Buitenspelen.

“Wie van de meisjes heeft vroeger wel eens fikkie gestookt … is van een dakje gesprongen … had een zakmes? En wie van de jongens?” Psychologe Louise Berkhout van Hogeschool Leiden stelt deze vragen om aan te tonen dat er minder verschil is tussen jongens en meisjes dan we geneigd zijn te denken. En inderdaad: veel verschil zien we niet tussen de ‘meisjes’ en ‘jongens’ die het derde Speelforum van Platform Ruimte voor de Jeugd bijwonen.

Die vooroordelen zijn er. Wilna van den Heuvel, docent Spelagogiek en Speltherapie aan de Hogeschool, Utrecht laat de aanwezigen een filmfragment zien. Vierjarige kinderen gaan touwtrekken en moeten zelf een ‘team sterk’ en een ‘team slim’ vormen. Na veel geharrewar zitten alle meisjes bij ‘slim’ en alle jongens bij ‘sterk’. Van den Heuvel: “Ik betrapte mezelf er op dat ik dacht: ‘Nou gaan de jongens natuurlijk winnen’.” In het vervolg van het filmpje blijkt echter dat team slim tot twee keer toe wint. Tot verbijstering van de 4-jarige jongens. Die vervolgens al goed blijken te weten hoe je je gezicht redt: ‘We hebben jullie láten winnen!’.

Kattenkwaad
Nog zo’n vooroordeel: in regelmatig oplaaiende discussies over de achterstand van jongens in het onderwijs wijzen de vingers al snel naar de juffen, die feminien gedrag zouden eisen van jongens: niet rennen, niet stoeien en vechten en leren om je geschillen met woorden op te lossen. “Maar waarom wordt dat meteen op het conto van de juffen geschoven en kijkt men niet naar de verschoolsing van het kleuteronderwijs?”, vraagt Louise Berkhout zich af. “Kinderen van 4 jaar worden al geacht stil te zitten en toetsen en testen te maken. En naarmate kinderen ouder worden is er nog minder ruimte voor spel in het onderwijs. Buitenschools komt de nadruk te liggen op sport en creativiteit, minder op vrij spel. En er zijn minder gemengde activiteiten.’ Met name jongens zijn daar de dupe van.
Want 40 jaar ervaring in het onderwijs heeft Berkhout er echt wel van overtuigd dat jongens meer fysieke ruimte innemen dan meisjes, meer lawaai maken, graag experimenteren en minder met taal communiceren. “Jongens hebben dat nodig. De samenleving vindt echter vooral dat jongens ‘lastig’ zijn. Maar het is niet het gedrag van jongens dat verandert, maar de manier waarop we er als samenleving naar kijken. Het kattenkwaad van Pietje Bel en Dik Trom vinden we nu problematisch en labelen we als adhd.”

Huidhonger
Meer ruimte dus voor stoeien en avontuurlijk spel, voor jongens én voor meisjes. Want daarover is iedereen het wel eens: de verschillen tussen kinderen zijn groter dan die tussen jongens en meisjes. Meisjes houden ook van stoeien en buiten spelen, jongens houden ook van fijnmotorisch spel en fantasiespel.
In de zaal ontspint zich een discussie: Mogen kinderen wel stoeien? En mag je als pedagogisch medewerker of leerkracht daarin meedoen? “Ja, dat mag en we doen het ook”, verzekeren deelnemers vanuit kinderopvang, scouting en onderwijs. “Maar we zouden het wel vaker mogen doen. Kinderen willen het graag.” Waarbij het mooie begrip ‘huidhonger’ valt: kinderen hunkeren naar huidcontact, het is een basisbehoefte. “En via spel kunnen kinderen leren om daarin grenzen aan te geven en de grenzen van anderen te leren accepteren”, aldus Berkhout.

Creatief
En hoeveel ruimte geven we kinderen die buiten spelen om avonturen te beleven die misschien niet helemaal passen bij wat wij bedacht hebben? Op openbare speelplekken zie je soms een wedloop tussen degenen die de speelplaats inrichten en degenen die hem gebruiken. “Voetballende kinderen (in meerderheid jongetjes) worden door volwassen omwonenden al snel beschouwd als ‘overlast’”, vertelt Dirk Vermeulen van Bureau Speelruimte. “De gemeente wil de klagers graag ter wille zijn en probeert voetballen onmogelijk te maken: hekken, stekelstruikjes, tonronde bestrating, verbodsborden, alles haalt men uit de kast. Maar de jongens zijn creatief: ze nemen de obstakels gewoon mee in hun spel en voetballen door. Je zou willen dat gemeenten zich wat meer verdiepen in de waarde die spel heeft voor kinderen en ze daarin tegemoet komt in plaats van ze tegen te werken.”