Een plank, een pallet of een stapel kratten. Voor kinderen zijn het geen gewone materialen, maar het begin van eindeloos veel speelmogelijkheden. Voor pedagogisch professionals roept dat soms juist vragen op. Hoe zorg je dat kinderen vrij kunnen ontdekken, zonder dat er gevaar ontstaat?

Loose parts zijn losse materialen zonder vast speeldoel, zoals dozen, doeken, takken, touwen, emmers, planken of autobanden. Kinderen gebruiken deze materialen op hun eigen manier. Een doek wordt een hut. Een plank verandert in een brug. Een krat wordt ineens een boot.

Juist doordat niet vastligt wat kinderen met het materiaal kunnen doen, ontstaat ruimte voor fantasie, creativiteit en ontdekken. Kinderen bouwen, experimenteren, werken samen en bedenken zelf oplossingen. Dat maakt loose parts zo waardevol.
Maar spelen met losse materialen roept in de praktijk ook vragen op. Want hoe geef je kinderen ruimte om te ontdekken, terwijl je tegelijkertijd zorgt voor veiligheid? Juist die balans vraagt om bewuste afwegingen van professionals.

“Bij loose parts kijk je niet alleen naar het materiaal,
maar ook naar wat kinderen zelf aankunnen en welke begeleiding daarbij past.”
Zeina Bassa, VeiligheidNL

Veiligheid vraagt om bewust afwegen
Loose parts zijn meestal geen officiële speeltoestellen volgens het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS). Ook zijn ze vaak niet ontworpen als speelgoed. Daarom is bewust kijken naar materialen, gebruik en omgeving belangrijk. Er is geen vaste lijst met materialen die in alle situaties geschikt zijn. Of een materiaal geschikt is, hangt ook af van hoe en waar kinderen ermee spelen en wat zij zelf aankunnen.

Bij loose parts draait het steeds om de afweging tussen risico en gevaar. Risico’s horen bij spelen en helpen kinderen om vaardigheden en zelfvertrouwen op te bouwen. Gevaar is een bedreiging die kinderen zelf niet kunnen zien of overzien. Dat voorkom je.

Juist door te experimenteren met losse materialen leren kinderen inschatten, samenwerken, balanceren en oplossingen bedenken. Ze ontwikkelen zelfvertrouwen én leren omgaan met uitdagingen.

Waar let je op in de praktijk?
Bij het werken met losse materialen kijk je niet alleen naar de materialen zelf. Ook de manier waarop je het materiaal aanbiedt en de begeleiding tijdens het spelen bepalen of kinderen veilig én uitdagend kunnen spelen.
Controleer materialen regelmatig op:
• scherpe randen, splinters of uitstekende delen;
• beschadigde of instabiele materialen;
• kleine onderdelen die verstikkingsgevaar kunnen opleveren;
• scharnieren of kisten waar kinderen bekneld kunnen raken;
• materialen waarvan niet duidelijk is welke stoffen erin zitten.

Gebruik bij voorkeur materialen waarvan duidelijk is waar ze vandaan komen en vermijd materialen met mogelijk schadelijke stoffen, verf of coatings.

Gebruik je opbergkisten? Zorg dan dat deze niet onverwacht dicht kunnen vallen en voldoende luchtopeningen hebben.
Denk ook na over hoe je de materialen aanbiedt. Kunnen kinderen ze zelf pakken? Waar mogen ze ermee spelen? En welke afspraken helpen om het spelen veilig te laten verlopen? Zo geef je kinderen ruimte om te ontdekken binnen veilige kaders.

Bij loose parts vraagt veiligheid soms om even anders kijken
Welke begeleiding nodig is, hangt af van de kinderen, de groep en de situatie. Dat vraagt om steeds opnieuw kijken en afwegen tijdens het spelen. Het betekent niet dat volwassenen het spelen voortdurend hoeven te sturen of overnemen. Het gaat juist om kijken naar wat kinderen zelf aankunnen en wanneer ingrijpen nodig is.

“Je hoeft niet meteen in te grijpen wanneer iets spannend lijkt. Vaak zie je juist door eerst even te kijken hoeveel kinderen zelf al oplossen en aanpassen tijdens het spelen.”
Zeina Bassa, VeiligheidNL

Samen kijken als team
Spelen met loose parts werkt het best wanneer teams samen nadenken over hoe zij omgaan met ontdekken, risico’s en veiligheid.
• Welke ruimte geven we kinderen om zelf met de materialen te spelen?
• Wanneer kijken we eerst even en wanneer grijpen we in?
• Welke risico’s vinden we daarbij aanvaardbaar?

Door hierover samen in gesprek te blijven, voorkom je dat keuzes afhangen van persoonlijke voorkeur of onzekerheid op de groep.

Laat loose parts bijvoorbeeld regelmatig terugkomen in het teamoverleg. Bespreek hoe kinderen met de materialen spelen, waar collega’s tegenaan lopen en welke afspraken nodig zijn. Zorg ook dat pedagogisch professionals voldoende kennis en handvatten hebben, bijvoorbeeld door scholing.

Ook helpt het om regelmatig samen naar de materialen te kijken:
• zijn ze nog veilig te gebruiken?
• gebruiken kinderen ze anders dan verwacht?
• ontstaan er nieuwe gevaren of juist nieuwe speelmogelijkheden?

Haal beschadigde of onveilige materialen weg.
Zo blijft loose parts play niet een losse activiteit, maar onderdeel van een bewuste pedagogische aanpak.

Kleine risico’s, grote leerervaringen
Loose parts geven kinderen de kans om zelf te ontdekken, proberen en bouwen. Soms gaat dat gepaard met een schrammetje, vieze handen of een mislukte constructie. Dat hoort bij spelen en leren.

Door bewust ruimte te geven binnen veilige grenzen, geef je kinderen de kans om te oefenen, ontdekken en groeien. Juist daar ontstaan vaak de mooiste leerervaringen.